Von der Leyen’s denken in eigenbelang is een gevaar voor alles waar Europa voor staat

Waar staat Europa voor in de wereld? Het is een vraag die steeds en steeds moeilijker te beantwoorden lijkt. De identiteitscrisis waar ons continent in verzeild is geraakt wordt alsmaar zichtbaarder in de buitenlandpolitiek van Europese landen en EU-instituties. Voorheen vanzelfsprekend geachte principes, zoals het beschermen en naleven van het internationaal recht en het bevorderen van de wereldwijde democratische rechtsorde, blijken onder de druk van geopolitieke chaos vloeibaar, met het optreden van Commissie-president Ursula von der Leyen als voorlopig dieptepunt.  

Het internationale recht is volgens haar simpelweg dood. Met de grootste wereldwijde spelers in autocratische handen kan Europa, zo stelde Von der Leyen, niet “in z’n eentje een systeem van orde en regels verdedigen”. Europa moet volgens haar meer gaan denken vanuit eigenbelang, en niet meer uitgaan van de regels of bondgenootschappen die we voorheen als vanzelfsprekend beschouwden. Ze staat niet alleen: haar Duitse partijgenoot Merz liet een vergelijkbaar sentiment horen, en kersverse minister van Buitenlandse Zaken Berendsen noemde internationaal recht ‘niet het enige kader’ om naar de wereld te kijken.

Dat die wereldorde gruwelijk is veranderd is ronduit waar. Maar Von der Leyen maakt een cruciale denkfout – een gevaarlijke, voor alles waar Europa voor staat. Het beschermen van de internationale rechtsorde en het voeren van een gezamenlijk Europees buitenlandbeleid dat de democratische orde wereldwijd versterkt en beschermd, is wel iets meer dan een onderdeel van de Europese Unie. Het is een raison d’être van de EU, vastgelegd in de oprichtingsverdragen. Dat loslaten is iets wat we nooit mogen toestaan.

Als de Europese Unie accepteert dat we zijn overgegaan in een wereldorde van  het recht van de sterkste, is het hek definitief van de dam. In een wereld van zuivere Realpolitik is elke daad van agressie uit geopolitiek eigenbelang – zonder rekening te hoeven houden met ‘vervelende’ beperkingen als mensenrechten of statelijke soevereiniteit – gelegitimeerd. Kleinere staten zullen voortbestaan bij gratie van bondgenootschappen op basis van hun geopolitieke meerwaarde, bijvoorbeeld dankzij natuurlijke hulpbronnen, maar hun leven nooit zeker zijn. Zo creëren we een wereld waarin iedereen elkaar voortdurend onder schot houdt.

Daarnaast is een Europa dat oorlogen legitimeert en geopolitiek enkel handelt vanuit het oogpunt van defensieve veiligheid, al snel geen democratisch bastion meer. Het is een overwinning voor autocraten die maar al te graag gebiedsclaims willen maken om nationalisme aan te wakkeren, die in zo’n wereld geen enkele aanleiding hebben om zich nog aan wat voor democratische voorwaarden dan ook te houden; het is een overwinning voor het Kremlin, dat zich al jarenlang inzet om de democratische identiteit van Europa van binnenuit uit te hollen.

Het project van de Europese Unie heeft alleen een toekomst als we kostte wat het kost vast blijven houden aan de fundamenten van democratie en internationaal recht waar onze alliantie op is gebouwd. Natuurlijk moeten Europa meebewegen met de realiteit van de wereld, maar dat betekent juist dat er méér internationaal recht nodig is, ondersteund door nieuwe landen. Europa zal zich geopolitiek moeten heroriënteren, onder meer door zich in te zetten om de VN Veiligheidsraad uit te breiden met de BRIC-landen.

En dat dat wél kan, en niet heel Europa denkt als Von der Leyen, bewijst de Spaanse premier Pedro Sánchez. Met zijn actieve oppositie tegen de oorlog in Iran en de genocide in Gaza vertegenwoordigt hij de toekomst van het Europa in deze wereld – een toekomst waarin Europa zich heeft losgeworsteld van de Amerikanen en op eigen benen staat, diepgeworteld in de democratische waarden waar de Unie op is gebouwd. Sánchez geeft ons een glimp van een broodnodig optimisme, van een Europa van onverzettelijkheid, eigenzinnigheid en een ijzersterke onderlinge verbinding.

Nou maar hopen dat de Spanjaarden niet dat éne kleine dorpje zijn…

Jens Bosman is stagair Democratie & Internationale Samenwerking bij de Foundation Max van der Stoel.