Persvrijheid en weerbaarheid: hoe houden we democratie sterk in het digitale tijdperk?

Dit artikel is een samenwerking tussen Foundation Max van der Stoel (Martha Elias) en International Foundation Groenlinks (Yesmin Ayadhi).

Volgens de meest recente RSF-index bevindt de wereldwijde persvrijheid zich op een dieptepunt van de afgelopen 25 jaar. Zelfs in landen die relatief hoog scoren, zoals Nederland dat op plaats twee staat, is de vraag hoeveel vrijheid er in de praktijk nog over is. Censuur gebeurt vaak niet openlijk, maar op subtielere manieren: juridische procedures, financiële uitputting, online desinformatie en techplatforms die steeds meer bepalen wat we wel en niet te zien krijgen. In het licht van zorgen omtrent censuur, desinformatie en het groeiende monopolie op informatie van techbedrijven organiseerden VoltThere, de Eduardo Frei Stichting (CDA), International Foundation Groenlinks en de Foundation Max van der Stoel op 6 mei 2026 een rondetafelgesprek. Drie dagen na de Internationale Dag van de Persvrijheid gingen we in gesprek met journalisten, beleidsmakers en activisten uit het maatschappelijk middenveld. Zij spraken over wat persvrijheid vandaag onder druk zet, maar ook het probleem in het verlengde daarvan: persvrijheid is een kanarie in de koolmijn als we écht de democratie willen beschermen. Wanneer we het over democratische weerbaarheid hebben, hebben we het al snel over verkiezingen, instituties of buitenlandse inmenging, maar ook de manier waarop informatie zich verspreidt is bepalend. Wie de informatievoorziening beheert, heeft invloed op hoe mensen naar de wereld kijken, welke onderwerpen aandacht krijgen en welke stemmen naar de achtergrond verdwijnen. Een democratie kan niet goed functioneren wanneer burgers hun beeld van de werkelijkheid vormen in een omgeving waarin ze gevoed worden met desinformatie en propaganda. Een groot deel van die druk zit vandaag de dag in de manier waarop informatie online circuleert.

Big Tech zijn effectief de ‘gatekeepers of the information you see’. Een heel toepasselijke beschrijving van de manier waarop grote (sociale) media platformen zich hebben weten op te stellen. Vooral voor jongeren die online leven is dit belangrijk. Online loopt alles door elkaar: journalistiek, meningen, propaganda en entertainment. Zelden wordt er naar behoren gebruik gemaakt van AI-labels en eens in de fuik beland, wordt het steeds moeilijker om content te zien die je niet verder op het verkeerde spoor zet. De grote platforms bepalen wat zichtbaar wordt, wat veel bereik krijgt en wat wegzakt naar de achtergrond. Op sociale media beloont het algoritme de content die het meest aanzet tot engagement – het liken, delen, reageren en langer of meermaals bekijken van content. Daarnaast schuift het algoritme van veel platforms content meer naar voren als het frequenter wordt geüpload. Met andere woorden, wie het vaakst, hardst en meest opvallends iets zegt, wordt beloond. En met die logica doet polarisatie het vaak beter dan nuance.

Een andere waardevolle toevoeging was het perspectief van jongeren en activisten, ook zij voelen de druk de steeds korter wordende aandachtsspanne van het groter publiek. Dit komt door de constante stroom aan informatie – juiste of valse. Dat maakt het moeilijker om kritisch stil te staan bij wat we zien, waar informatie vandaan komt en of een bron wel of niet geloofwaardig is.
Tegelijkertijd worden traditionele media steeds vaker in twijfel getrokken. Daardoor krijgen alternatieve online media meer ruimte en weten zij een steeds groter publiek te bereiken. Dit is in beginsel niet slecht, traditionele mediabedrijven hebben lange tijd een monopolie gehad op onze toegang tot informatie. Het gevaar zit niet per se in de democratisering van informatie maar
in het verdienmodel van techbedrijven die gebruikers en makers stimuleren minder nuance te hanteren in hun content. Dat is waarom je vaker informatie hoort die luid en kortzichtig van aard is en minder content waarin argumenten nauwkeurig uiteen worden gezet. Om dit tegen te gaan zet de EU in op het versterken van media literacy: de vaardigheden, kennis en het inzicht die
mensen in staat stellen om media veilig en effectief te gebruiken. Dit benadrukt een belangrijke ontwikkeling: meer alternatieve stemmen kunnen worden gehoord op grotere schaal, het doel is echter dat deze stemmen ook betrouwbare informatie en goede argumenten gebruiken om hun punt te maken.

 

Dan rest ons de vraag; als big tech bedrijven zo’n grote rol spelen in de verspreiding van nieuws en informatie, kunnen we dan nog doen alsof zij geen verantwoordelijkheid dragen voor de (massa)verspreiding van nepnieuws, en dit alleen bij de gebruiker ligt? Tijdens het rondetafelgesprek klonk daarop een duidelijk antwoord: We zouden niet bang moeten zijn om deze techbedrijven verantwoordelijk te houden – juridisch, maatschappelijk en financieel. Degelijke wetten en maatschappelijk onderwijs op dit vlak kan enkel betekenisvol zijn als deze bedrijven niet langer verdienen aan het verspreiden van desinformatie. De druk op vrije media komt niet alleen van tech, maar ook wetgeving en juridische middelen worden steeds vaker ingezet. Een duidelijk voorbeeld hiervan zijn SLAPP-zaken, waarbij het doel niet is om een journalist onderuit te halen, maar om tijd, geld en energie weg te trekken tot werken bijna onmogelijk wordt. Daarmee komt ook de vraag op tafel wie zich het nog kan veroorloven om zulke verhalen te maken, dat maakt het werk van journalisten steeds meer ‘a job for the lucky few’. Dit is dus geen strijd die journalisten alleen kunnen voeren. Overheden, maatschappelijke organisaties en internationale partners hebben hier allemaal een rol in. Tijdens de avond werd er ook ingegaan op het MATRA-programma, een subsidieprogramma dat zich richt op de ondersteuning van democratisering in landen aan de randen van de Europese Unie.

Ook initiatieven zoals dit rondetafelgesprek, en bredere samenwerkingen tussen IFG, FMS, EFS en VoltThere, worden mede mogelijk gemaakt met steun vanuit MATRA. Als betrouwbare journalistiek steeds kwetsbaarder wordt, heeft dat gevolgen voor de democratie als geheel. Zeker wanneer techplatforms zo veel invloed hebben op wat mensen te zien krijgen, en juridische druk ervoor zorgt dat verslaggeving moeilijker wordt. Persvrijheid beschermen is daarom niet alleen een taak voor journalisten zelf. Het vraagt ook iets van politiek, maatschappelijke organisaties en internationale partners. Daarom zullen IFG, FMS, VoltThere en EFS de komende tijd samen dit onderwerp blijven belichten in het belang van de democratie en veiligheid in Europa.