Europa kan zich geen gematigde toon over Servië meer veroorloven

Afgelopen zaterdag, op 24 mei, vond één van de grootste demonstraties in de moderne geschiedenis van Servië plaats. De demonstratie vond plaats onder leiding van de studentenbeweging, die sinds de ramp op het treinstation van Novi Sad in 2024 al anderhalf jaar aanhoudend protesteert tegen de corruptie en democratische achteruitgang onder president Aleksandar Vučić en zijn regeringspartij SNS.

Onder leiding van Vučić is Servië in rap tempo afgegleden naar één van de meest autocratiserende landen van Europa volgens het jaarlijkse rapport van V-Dem: politieke rechten en burgerlijke vrijheden zijn gestaag uitgehold, onafhankelijke media verdwijnen, en het maatschappelijk middenveld wordt actief tegengewerkt en onderdrukt. Ook de demonstraties van de afgelopen jaren worden gekenmerkt door politiegeweld en repressie: tijdens een grote rally vorig jaar werd de overheid beschuldigd van het gebruik van een geluidskanon tegen demonstranten. Bij lokale verkiezingen eind maart vonden er gecoördineerde pogingen plaats om burgers het stemmen op oppositiepartijen te bemoeilijken, en werden journalisten en verkiezingswaarnemers aangevallen.

Het zijn taferelen die passen bij een autocratisch regime á la Rusland of Belarus, maar Servië is een kandidaat-lidstaat van de Europese Unie. Terwijl de democratische achteruitgang in het land zich al jaren in het volle zicht voltrekt, profileert Belgardo zich nog steeds maar al te graag als een welwillende samenwerkingspartner van de EU, die de Europese waarden zegt te omarmen – en Brussel gaat erin mee. Berucht is Ursula von der Leyen’s gebruik van “Dear Aleksandar” in de omgangsvorm met Vučić. In de houding van de EU naar Servië spelen geopolitieke belangen een grote rol: Servië is het meest invloedrijke land in de Westelijke Balkan, en Brussel is als de dood om de Servische regering te veel af te stoten, en daarmee de Russische invloed in de regio in de kaart te spelen.

Dat leidt tot een ambivalente, ongeloofwaardige en contraproductieve houding. Voortgang in het toetredingsproces van de Europese Unie is in theorie gebaseerd op het voldoen aan democratische voorwaarden en overeenstemmend gedrag met het gezamenlijke buitenlandbeleid – twee aspecten waar Servië duidelijk niet aan voldoet. Toch heeft de EU nog maar mondjesmaat gereageerd of consequenties verbonden aan de feitelijke democratische achteruitgang in het land. Daar leek vorige maand een einde aan te komen nadat het nieuws naar buiten kwam dat de EU overweegt om €1.5 miljard aan EU-steun te schrappen, maar de Europese Commissie heeft daar tot op de dag van vandaag nog geen beslissing over genomen.

Dit gegeven is gevaarlijk, en wel om twee redenen. Allereerst is het moeilijk te verantwoorden aan de democratische beweging in Servië dat de EU zich slap uitspreekt tegen de regering-Vučić, ondanks de toenemende repressie en samenwerking met Rusland. Dat ondermijnt het vertrouwen van pro-democratische Servische burgers dat toenadering tot de Europese Unie de juiste route is naar een democratische toekomst. Daarnaast ondermijnt een zwakke houding ten opzichte van Vučić het toetredingsbeleid van de Europese Unie in het algemeen: als andere kandidaat-lidstaten zien dat Servië haar kandidaatsstatus behoudt zonder aan de democratische voorwaarden van de EU te voldoen, vergroot dat het risico dat zij zich veel minder gestimuleerd zien om benodigde hervormingen zelf door te voeren.

Wij roepen de Nederlandse regering daarom op om te pleiten voor een veel uitgesprokener en proactiever EU-standpunt ten aanzien van Servië – een standpunt dat reële consequenties verbindt aan de toenemende repressie, niet alleen in woorden, maar ook in daden. De EU en haar lidstaten zouden een veel actievere rol moeten spelen in het ondersteunen van de Servische democratische beweging, en het beschermen en financieren van democratische maatschappelijke organisaties en de onafhankelijke media in Servië. Alleen zo kan de EU het Servische volk laten zien waar zij daadwerkelijk voor staat.