Global Progressive Mobilisation in Barcelona: de trots van Sánchez

Van de vele foto’s die rondgingen van het enorme congres in Barcelona, viel me er één op die ik zelf maakte en waarvan ik eerst dacht dat hij mislukt was. Pedro Sánchez stond net op het podium voor zijn slotspeech en had zijn ogen gesloten. Bij nader inzien sprong juist deze foto eruit: hij straalt een ongekunstelde emotie uit, trots. En die trots roept een interessante vraag op: waar gaat dit toe leiden?

Wie de internationale politiek volgt, kan nauwelijks om de Spaanse premier Pedro Sánchez heen. Onder zijn leiding sloot Spanje zich aan bij de genocidezaak van Zuid-Afrika bij het Internationaal Gerechtshof, verzette het zich als laatste land tegen de NAVO-norm van 5%, en keerde het zich snel en openlijk tegen de oorlogshandelingen van Israël en de VS richting Iran. Voor idealisten en veel linkse denkers is hij uitgegroeid tot een boegbeeld. In Spanje zelf is hij overigens minder populair en wordt zijn premierschap regelmatig overschaduwd door corruptieperikelen, al kan een groot deel van de bevolking zijn uitgesproken buitenlandbeleid wel waarderen.

In 2023 werd hij voor de derde keer premier (in Spanje: Presidente), na het smeden van een opvallende coalitie met het linkse SUMAR en de steun van een bont gezelschap aan regionale partijen. Dat was knap politiek handwerk, maar daarover is al veel geschreven. Interessanter is wat dit betekent voor de bredere politieke beweging waar wij zelf deel van uitmaken.

Sánchez is namelijk ook voorzitter van de Socialist International (SI) en één van de weinige sociaaldemocraten die momenteel een regering leidt in Europa. Dat geeft hem een unieke sleutelpositie. Veel Europese sociaaldemocratische partijen verlieten ruim tien jaar geleden de SI, omdat zij zich niet langer herkenden in de koers en het functioneren ervan. Zij richtten de Progressive Alliance (PA) op als alternatief internationaal netwerk.

Het is bekend dat Sánchez graag zou zien dat de SI en de PA ooit weer samenkomen in één wereldwijde centrumlinkse beweging. In Barcelona stonden daarom Chantal Kambiwa (General Coordinator van de SI) en Machris Cabreros (Coordinator van de PA) samen op het podium. Dat lijkt symbolisch, maar in een bijeenkomst waar zoveel regeringsleiders, partijleiders, intellectuelen en activisten samenkomen, kan zo’n moment achteraf meer betekenis krijgen dan op het eerste gezicht zichtbaar is.

Naast deze institutionele dimensie was ook de insteek van de conferentie opvallend. We spreken niet over een congres of symposium, maar over een mobilisatie. Dat impliceert dat het niet voldoende is om partijprominenten bij elkaar te brengen en resoluties aan te nemen. Er moet actief verbinding worden gezocht met maatschappelijke organisaties, vakbonden, lokale leiders en denkers. Een linkse politieke beweging kan niet zonder diepe wortels in de samenleving.

In 2025 in Amsterdam was dit ook al een centraal thema tijdens het PES-congres. En ook de samenwerking tussen PvdA en GroenLinks, nu Progressief Nederland (PRO), heeft het bouwen van een beweging als speerpunt. Die gedachte loopt opvallend vloeiend van PRO, naar PES, naar de Global Progressive Mobilisation van Sánchez. In de praktijk is het nog vaak luisteren naar partijleiders en beleefd applaudisseren, maar iedere beweging begint ergens, en de richting is helder.

Krijgen we met Sánchez een breekijzer om de internationale progressieve beweging weer meer op één lijn te krijgen? Hebben we het startschot gezien van een hernieuwde verbinding tussen linkse politiek en haar maatschappelijke bondgenoten? Gezien de staat van de internationale politiek lijkt dat niet alleen logisch, maar ook noodzakelijk.

Grote historische verschuivingen zijn nooit het werk van één persoon of één evenement. Maar wie de trotse blik van Sánchez zag, kon zomaar het gevoel krijgen dat hier iets in beweging is gezet.