Romanian cabinet collapse: PSD breaks with pro-European government through collaboration with far-right

Afgelopen week kwam de centristische, pro-Europese regering in Roemenië onder leiding van premier Ilie Bolojan na slechts tien maanden ten val. De kabinetsval veroorzaakt veel consternatie, zowel in het land zelf als over de grens: de regering van Bolojan werd pootje gelicht door een aangenomen motie van wantrouwen in het parlement, die voortkwam uit een samenwerking tussen de sociaaldemocratische PSD en de extreemrechtse AUR. De PSD was een partner in de regering-Bolojan, maar trok zich in april terug uit de coalitie uit onvrede over de voorgenomen bezuinigingen – en besloot niet veel later de controversiële samenwerking op te zoeken met de AUR. Wat verklaart het handelen van de PSD, en hoe gaat het nu verder in Roemenië?

 

Ongelukkig huwelijk

Volgens onderzoeksjournalist Jochem van Staalduine is de regering-Bolojan, die aantrad in 2025 van meet af aan een ongelukkig huwelijk geweest. De coalitie, die bestond uit de liberale PNL, de sociaal-democratische PSD en de anticorruptiepartij USR, met wat steun van de Hongaarse minderheidspartijen, kwam tot stand om de extreemrechtse AUR uit te kunnen sluiten. De AUR staat onder leiding van de jonge ultranationalist George Simion, die zichzelf stevig spiegelt aan Donald Trump en Viktor Orbán, en weigert om zich uit te spreken tegen de Russische invasie in Oekraïne.

 

Premier Ilie Bolojan van de liberale PNL 

 

Om Simion en de zijnen van de macht af te houden, ontstond een verband tussen natuurlijke tegenpolen. De sociaaldemocratische PSD is in Roemenië een klassieke oude machtspartij, die vanwege aanhoudende corruptieschandalen en onverantwoord beleid met de overheidsfinanciën veel politieke tegenstanders kent – zoals de USR, die zich stelselmatig afzet tegen de PSD. In de tien maanden van het kabinet-Bolojan is die tegenstelling dan ook nooit helemaal opgelost. Cruciaal hierin is dat Roemenië nog in aanmerking kwam voor EU-tegoeden, mits het vóór augustus van dit jaar zijn begrotingstekort op orde zou krijgen. Om die miljarden te kunnen ontdooien, wilden de PNL en USR korten op de overheidsuitgaven, terwijl de PSD juist inzette op hogere pensioenen en salarissen. Uiteindelijk besloot de PSD niet de verantwoordelijkheid te willen dragen voor een bezuinigingsbeleid, en uit de regering te stappen.

Volgens Van Staalduine moet deze positionering van de PSD niet worden gezien als het gedrag van een principieel geaarde linkse partij, maar als een populistische zet. Juist de PSD draagt veel verantwoordelijkheid voor het begrotingstekort waar Roemenië nu mee kampt, onder meer door – met name in verkiezingsjaren – moeilijke keuzes te ontwijken op het gebied van bezuinigingen in de publieke sector en publieke salarissen. Mede hierdoor heeft de PSD enorm aan populariteit ingeleverd, onder meer aan de extreemrechtse AUR, en zou medeverantwoordelijkheid voor grote bezuinigingen leiden tot meer gezichtsverlies.

 

Brandmuur

Als de stap van de PSD om de Roemeense coalitie om deze redenen te verlaten al als onverantwoord kan worden beschouwd, dan doet de daaropvolgende beslissing van de sociaaldemocraten de wenkbrauwen nog meer fronsen: een week na de kabinetsval wist de PSD het kabinet-Bolojan te laten vallen door gezamenlijk met de AUR een motie van wantrouwen in te dienen. In Roemeense media roept de motie niet zoveel verbazing op, zegt Van Staalduine: “Roemenië kent niet zo’n stevige Brandmauer tegen extreemrechts zoals in Duitsland, en PSD’ers zullen zeggen dat het ‘maar een motie’ was, en geen intensieve samenwerking – zoals dat in Nederland met een motie van wantrouwen ook zou kunnen”. Eerder wordt in Roemenië nu de vraag gesteld of de samenwerking tussen PSD en AUR een inleiding zou kunnen betekenen voor een toekomstige regeringssamenwerking.  Maar die kans is klein, zegt Van Staalduine: “De PSD staat vooral open voor terugkeer in dezelfde coalitie, met nieuwe regeringsafspraken en onder nieuw leiderschap. De intentie van deze motie was vooral om de politiek op te schudden.”

Het onderscheid tussen een eenmalige of structurele samenwerking mag dan wel in de interne Roemeense politiek van waarde zijn, op Europees niveau gaat die vlieger niet op. In Brussel wordt het handelen van de PSD vooral geïnterpreteerd als een nieuw voorbeeld in een bredere Europese trend, waarin traditionele machtspartijen zich steeds meer ‘tactisch flexibel’ tonen – en er steeds minder in slagen om duidelijke grenzen te stellen aan de samenwerking met extreemrechtse partijen. Zo noemde Renew-MEP Valérie Hayer de motie van wantrouwen een ‘onverantwoordelijke daad op een kritiek moment’, en vroeg het Roemeense Europees Parlementslid Siegfried Mureșan om een verklaring van de PES waarom het ‘zichzelf verbindt met één van de meest radicale en anti-Europese krachten in de EU’.

Die verklaring kwam er niet. Sterker nog, de PES verklaarde zich solidair met de PSD, en sprak met geen woord over de samenwerking van haar Roemeense familielid met de AUR. In plaats daarvan stelden de Europese sociaaldemocraten uit te kijken naar “nieuw leiderschap” en “hernieuwde stabiliteit” in Roemenië. Op deze manier lijken de Europese sociaaldemocraten de gebeurtenissen in Roemenië op dezelfde manier te interpreteren als de PSD zelf: niet als een grensoverschrijdende, moreel twijfelachtige samenwerking tussen sociaaldemocratie en extreemrechts, maar als een opportune toevalligheid op idealistische gronden die de toekomstige positie van de PSD in de Roemeense regering zou kunnen verstevigen.

Ondanks de geringe kans dat de PSD daadwerkelijk een toekomstige samenwerking met de AUR aangaat om een coalitie te vormen, is het kwaad hiermee al geschied. Alleen al de perceptie dat de PSD met extreemrechts samenwerkt de PSD maakt de positie van de sociaaldemocraten in Brussel kwetsbaar. Lichtzinnig spreken over dit soort samenwerkingen is naïef: het verzwakt uiteindelijk de positie van een centrumlinks blok dat zich profileert als de geloofwaardige en principiële tegenkracht tegen de opkomst van radicaal-rechts.