“Passerende schepen zullen worden verbrand”. Dat waren de woorden waarmee de Iraanse Revolutionaire Garde op 2 maart aankondigde dat de Straat van Hormuz zou worden geblokkeerd. Schepen die de oversteek toch probeerden te maken, zouden in brand gestoken worden. Amerikaanse president Trump heeft duidelijk gemaakt dat zijn bondgenoten zouden moeten helpen om de Straat van Hormuz te openen, en passief handelen zou “een dwaze beslissing zijn”. Toch gaven Duitsland, Spanje en Italië aan (nog) geen missie te willen ondernemen in het Golfgebied. Maar wat Trump wil is duidelijk: bondgenoten moeten de VS helpen én bereid zijn zich naar zijn wensen te gedragen.
De strategie lijkt echter averechts te werken: steeds meer staten proberen bilateraal een overeenkomst met Iran te treffen en zich dus helemaal niet over te geven aan de druk vanuit Amerika. Toch lukt het de VS om in ieder geval het Verenigd Koninkrijk zover te krijgen zijn militaire bases ter beschikking te stellen aan de VS, ondanks Starmers eerdere belofte om zich ‘vast te houden aan principes’. Het probleem voor bondgenoten is dat je je met éénmaal toegeven aan Trump niet vrijkoopt van een volgende (en mogelijk grotere) gunst. Hoe onderhandel je met een president die nooit genoeg heeft?
De Straat van Hormuz
Waarom de druk vanuit Washington zo groot is, heeft voornamelijk te maken met het strategische belang van de Straat van Hormuz. Dat deze zeestraat gesloten zou worden door Iran, viel te verwachten. Aan de Straat van Hormuz grenzen Iran, de Verenigde Arabische Emiraten en Oman. De zeestraat is van groot economisch belang voor de hele wereld, omdat het een belangrijke zeeroute voor fossiele brandstoffen. Daarnaast hebben de Amerikanen meerdere militaire bases in de nabije omgeving. Deze afhankelijkheden maken de Straat van Hormuz tot een geopolitiek drukmiddel van formaat waarmee Iran de regionale, maar ook mondiale economische stabiliteit kan beïnvloeden. Overigens is er al vaker over dit scenario nagedacht en ervoor geoefend door Amerikaanse strijdkrachten in de afgelopen decennia.
In 2025 was de zeestraat goed voor het doorlaten van zo’n 20 miljoen olievaten per dag. De olie wordt vanuit landen in de Perzische Golf voornamelijk verscheept naar Oost-Azië, maar iedereen die de afgelopen dagen aan de pomp heeft gestaan zal de prijsstijging hebben gemerkt. Het blokkeren van passage door de Straat van Hormuz kan langdurige gevolgen hebben voor de wereldeconomie, maar ook voor het verloop van het conflict. Iran kan de Straat eveneens gebruiken om tol te heffen op passerende schepen, als vorm van vergelding voor de oorlog én de eerder opgelegde sancties die de Iraanse economie, en daarmee de Iraanse bevolking, zwaar hebben getroffen.
Eisen zonder einde
De huidige situatie in de Straat van Hormuz is slechts één voorbeeld van het agressieve buitenlandbeleid van Trump. Na de NAVO-top van juni 2025 in Den Haag eiste hij dat NAVO-landen hun defensie-uitgaven zouden verhogen van 2% naar 5% van het bruto binnenlands product. Dit zorgde al voor onrust onder de bondgenoten, en enkel Spanje was een uitgesproken tegenstander van het plan. Ook in de steun voor Oekraïne is de wispelturigheid van het Amerikaanse buitenlandbeleid duidelijk: in maart 2025 zette de VS alle steun aan Oekraïne stop, die kort daarna werd hervat na onderhandelingen in Saudi-Arabië. Europa wordt daarbij zichtbaar meegezogen in de grilligheid van het Amerikaanse beleid: het zal Amerikaanse wapens verkopen aan Oekraïne, mits de bondgenoten samen de rekening betalen. De regering-Trump beloont medewerking niet, maar ziet die juist als een opening voor een volgend verzoek.
Dit is terug te zien in de importheffingen die de VS in april 2025 wilde opleggen. Deze zorgden voor veel chaos en werden door de VS geframed als ‘wederzijdse’ heffingen. Hoewel we bijna een jaar verder weten dat de president van de VS de importheffingen door de Amerikaanse Hoge Raad als ongegrond zijn beoordeeld, zijn de heffingen teruggebracht naar 10% tot juli 2026. Toch lijkt de toename in heffingen of de bedoelde groei in de interne handel van de VS niet het grootste doel te zijn geweest. Het effect van de heffingen was meteen duidelijk: veel staatshoofden reisden naar Washington om te zien of zij tot een akkoord konden komen. Trump leek maar al te blij te zijn met deze kaarten in zijn hand.
Een transactionele transatlantische relatie – breekt die hier?
Hoe langer de oorlog van de VS en Israël op Iran duurt, des te vindingrijker staten zullen moeten worden in het licht van de stijgende brandstofprijzen. Trump riskeert op deze manier de relatie die de VS met haar bondgenoten heeft. In een geopolitiek klimaat waar de toezeggingen van vandaag morgen al vergeten zijn, is het belangrijk voor bondgenoten om duidelijk voor ogen te hebben wat hun nieuwe strategie moet zijn. Voortdurende instemming met Trumps eisen kan ertoe leiden dat Europa wederom deel gaan nemen aan een oorlog in het Golfgebied, en dit weer een opening is voor een volgend verzoek.
Met de dag lijken we verder verwijderd van de liberale wereldorde die juist de VS goed uitkwam. Ook het internationaal recht lijkt meer weg te hebben van een herinnering van vroeger dan een effectieve stok achter de deur. Het zal steeds lastiger worden om een vriend van de VS te blijven als bondgenoten zich willen vasthouden aan de waarden en normen die ooit werden gedeeld.
Er is geen duidelijke strategie te herkennen in de huidige koers van de VS. Dit vraagt van Europa dat het zich aanpast aan de geopolitieke werkelijkheid. Als we niet verder in een conflict willen worden meegezogen, moeten we nadenken over nieuwe partnerschappen en strategieën op het gebied van handel, veiligheid en politiek. Oproepen tot de-escalatie alleen is niet genoeg. Europa moet concreet bepalen waar de grens ligt: bij een grondinvasie, of pas wanneer de energieprijzen verder escaleren? Een duidelijke en standvastige houding kan laten zien dat Europa bereid is een eigen koers te varen. Anders dreigt het opnieuw mee te bewegen met de grillen van Washington.


