In steeds meer Latijns-Amerikaanse landen lijkt één politieke belofte momenteel het beste te verkopen: veiligheid boven alles. In de praktijk lijkt dat ook te betekenen: veiligheid ten koste van alles – inclusief de rechtsstaat, mensenrechten, internationale samenwerking en instituties.
Sinds zijn verkiezing in 2019 (en herverkiezing in 2024) stelt Nayib Bukele zich op als de president waar El Salvador op heeft gewacht, of in zijn eigen nederige woorden: “een instrument van God”. Op zijn Twitter-account beschreef de millennial zichzelf als “’s werelds coolste dictator”. Zijn hardhandige aanpak van criminaliteit, geringe aandacht voor mensenrechten en zijn anti-establishmenthouding lijken niet ten koste van zijn populariteit te gaan, zowel onder zijn eigen bevolking als onder netizens. Het model-Bukele is ook populair in buurlanden waar steeds meer regeringsleiders ter inspiratie naar El Salvador kijken. Een regeringsmodel waar veiligheid wordt gepresenteerd als een voorwaarde voor democratie en niet iets wat in de handen van democratische instituties moet liggen.
In landen als Ecuador, Honduras, Argentinië en zelfs Costa Rica – traditioneel een stabiele democratie – lijkt de aanpak van Bukele steun te winnen. Maar wie bewaakt de rechtsstaat als veiligheid het hoogst in het politieke vaandel staat?
Veiligheid boven vrijheid?
In 2022 riep Bukele in El Salvador de noodtoestand uit nadat op één dag zeker 62 bendegerelateerde moorden waren gepleegd. Sindsdien volgden ingrijpende maatregelen: de bouw van de megagevangenis CECOT, het afschaffen van het verbod op herverkiezing en een voorstel om Amerikaanse staatsburgers daar te detineren. Grondrechten van burgers zoals het recht op juridische bijstand en bescherming tegen willekeur bij detentie zijn langdurig ingeperkt. El Salvador kampt al decennia met grootschalig bendegeweld en had jarenlang de hoogste moordcijfers ter wereld. Bukele’s voornaamste campagnepunt was een einde maken aan de invloed van bendes in het land. Deze war on gangs lijkt vergaande beperkingen van rechten te rechtvaardigen. Die maatregelen treffen echter niet alleen criminelen, maar ook gewone burgers, waaronder zelfs aanhangers van Bukele, kunnen zonder bewijs of pardon als criminaal aangemerkt worden. Het inperken van de rechten van criminelen kan een vroeg waarschuwingssignaal zijn van democratische erosie.
In buurland Honduras werd de noodtoestand, net als in El Salvador, uitgeroepen in 2022 in een poging bendegeweld aan te pakken. Dit werd daarna herhaaldelijk verlengd en geldt de facto tot op de dag van vandaag nog steeds. Gewelddadige bendes teisteren ook andere landen zoals Ecuador. Daar lijkt president Daniel Noboa een voorbeeld te nemen aan El Salvador. Noboa riep de noodtoestand in 2024 uit en eveneens een “oorlog tegen de bendes”. Ook in Panama is de continue noodtoestand een logisch antwoord op het bendegeweld. Wat volgt is dat noodmaatregelen structureel beleid worden, en daarmee is democratische erosie en de schending van grondrechten niets meer dan de prijs die een staat voor de veiligheid moet betalen.
Instituten als vijand
Een tweede kenmerk van het model-Bukele is de framing van (democratische of internationale) instituties als obstakel, en als één van de redenen dat de situatie in het land slecht is of blijft. Rechters, journalisten, NGO’s en parlementariërs worden niet gezien als actoren die weerstand kunnen en mogen bieden in een democratische rechtsstaat, maar juist als sympathisanten van een ‘corrupte elite’ of de gewelddadige bendes. Zelfs het Hooggerechtshof ontkwam niet aan Bukeles autoritaire houding en werd omzeild in aanloop naar de herverkiezing van Bukele. Een herverkiezing die bij wet verboden was tot aan 2024.
“Ze geven alleen om criminelen. Het lijkt mij alsof er iets pervers schuilgaat achter NGO’s en zogenoemde ‘mensenrechtenorganisaties’ die meer lijken op advocatenkantoren voor criminelen.”
– Bukele tijdens een staatbezoek van de Chileense president Antonio Kast
Hoewel de trend van het delegitimiseren van democratische actoren niet beperkt blijft tot Latijns-Amerika, lijkt het in de regio wel bijzonder veel weerklank te vinden. In Argentinië profileert president Javier Milei kritiek of rechterlijke toetsing van zijn wetsvoorstellen door het Hooggerechtshof als een aanval van “de elite die de wil van het volk ondermijnt”. Ook in Chili zien we een vergelijkbare tendens. Tijdens de protesten van 2019 tegen sociale ongelijkheid breidde toenmalig president Sebastián Piñera de bevoegdheden van politie-eenheden aanzienlijk uit, wat leidde tot gewonden, doden en massale arrestaties. De in 2025 verkozen president José Antonio Kast is een uitgesproken bewonderaar van Pinochet, de Chileense dictator die van 1973 tot 1990 aan de macht was na een door de CIA gesteunde staatsgreep. Onder Pinochet zijn duizenden Chilenen vermoord, gemarteld en verdwenen. Kast lijkt bovendien ook inspiratie te putten uit de veiligheidsrethoriek van Nayib Bukele; zijn campagne draaide om het herstellen van veiligheid in Chili, waarbij hij de schuld vooral bij immigranten legt. Door dergelijke retoriek worden instituties steeds vaker neergezet als obstakels voor de volkswil, dat zorgt ervoor dat zij hun functies niet langer goed kunnen uitvoeren en de pilaren onder de democratie worden verzwakt.
Fake news als beleidsstrategie
Een derde element van het Bukele-model is het gebruik van fake news en social media. Van het bewerken van campagnefoto’s van de tegenstander tot aan het labelen van onafhankelijke journalistiek als nepnieuws – het is kenmerkend voor de Bukele-strategie. Vanaf het moment dat Bukele in 2019 president werd, is er een toename in accounts en hashtags die werden gebruikt uit steun voor de president.
Het is overigens geen ongehoord fenomeen in de rest van Latijns-Amerika. Zo ging de hashtag “Chilezuela” viraal tijdens de Chileense verkiezingen van 2017, waarmee werd gewaarschuwd dat Chili, als het koos voor de centrumlinkse kandidaat Alejandro Guillier, een communistische gefaalde staat zou worden. Dat Twitter die favoriete megafoon is van politici is al langer bekend, maar ook andere sociale media worden gebruikt. In Brazilië creëerden aanhangers van oud-president Jair Bolsonaro neppe websites en WhatsApp-groepen om desinformatie te verspreiden en politieke tegenstanders negatief te framen in aanloop naar de verkiezingen van 2018.
Bukele is verreweg het meest populair van alle voorgenoemde politici op sociale media. Daar presenteert hij een gelikt beeld van hoe hij El Salvador veranderd naar zijn hand. Meer dan 11 miljoen volgers kijken naar zijn cinematische edits, korte video’s van zijn toespraken en video’s van Bukele en zijn gezin, waarvan veel in het Engels ondertiteld is. Dat in ruil daarvoor democratische achteruitgang de norm wordt, komt natuurlijk niet ter sprake – in de video’s noch in de reacties eronder.
Draaiboek van de millennial dictator
Democratie verdwijnt zelden in één klap: het is een geleidelijke afbrokkeling van de instituties die waarden als rechtszekerheid, gelijkheid en inspraak moeten beschermen. De opkomst van harde veiligheidsretoriek en populistisch bestuur in Latijns-Amerika roept daarom belangrijke vragen op over de toekomst van democratie en de rechtsstaat in de regio.
Het model van Nayib Bukele, regeren met harde hand met beperkte ruimte voor persvrijheid en institutionele tegenmacht, past in een bredere trend. Een wereldwijde trend waarin democratische instituties steeds vaker worden weggezet als obstakels voor de volkswil. Zoals we hebben gezien, is hij niet de enige leider die dergelijke strategieën toepast. Maar juist omdat Bukele zo populair is, verdient het draaiboek van de millennialdictator extra aandacht.



