Wat is jouw favoriete plek in China? Die vraag kreeg ik regelmatig van Chinese kennissen in de jaren dat ik voor de Volkskrant in Shanghai zat.
Het antwoord ‘Taiwan’ leverde verbaasde en besmuikte blikken op. Want ja, volgens de officiële partijleer is Taiwan natuurlijk een onafscheidelijk deel van de Volksrepubliek China. Zo wordt het er bij iedere Chinese staatsburger vanaf de kleuterschool ingepompt. Maar het is toch vooral een ongemakkelijk onderwerp.
Taiwan is een eiland dat zich als een zelfstandig land presenteert: een levendig democratisch bestuur, volop vrije geluiden, serieuze checks en balances, een krijgsmacht met een vloot Amerikaanse F 16 ́s en Franse Mirages en zelfs twee Nederlandse duikboten – tsja, dat is toch niet wat de schoolboeken in China voorschrijven.
Toen ik China-correspondent was ben ik twee keer naar Taiwan gegaan. Het is een uurtje vliegen vanaf Shanghai, maar zodra je de luchthaven van Taipei uitloopt merk je dat je niet meer in China bent. Taiwan voelt lichter, rommeliger – anders gezegd: gezelliger. Vol Chinese cultuur, zeker, maar dan zonder dat De Partij over je schouder meekijkt.
En er is meer dan Chinese cultuur: je proeft ook Japanse invloeden. Geen wonder na een halve eeuw (1895-1945) als kolonie van de keizer in Tokio. En in de dorpen in de bergen die als een massieve ruggengraat van noord naar zuid over het eiland lopen zie je de cultuur van de oorspronkelijke bewoners van Taiwan, die meer gemeen hebben met de Filipijnen dan met Han-China.
Chaos
De kwalificatie ‘favoriete plek’ had ik overigens geleend van Ying, mijn Chinese collega uit Shanghai. Ying, dochter uit een Partij-familie in een provinciehoofdstad in het Chinese binnenland, was destijds als tolk mee naar Taiwan. Ze wilde er heel graag een keer rondkijken.
Ze genoot van het land, van het eten, van de mensen. Zo vrij, zo vriendelijk, concludeerde ze na een week nieuwsgierige inspectie. Je kunt zomaar een rechtbank binnen lopen, en zien hoe er recht wordt gesproken. En in het parlementsgebouw mag je de publieke tribune op!
Op de stoep van het parlement troffen we nog een protestmanifestatie, in de vorm van een platte kar met boeren en spandoeken voor meer steun aan de agrarische sector. Ik plaagde Ying ermee. Kíjk, Chinese democratie in actie – zonder dat het chaos wordt!
Want dat is wat je als Chinees staatsburger thuis steevast te horen krijgt: democratie is een westers ding dat niet past bij onze cultuur. Het westen probeert het sluw op te dringen om chaos te veroorzaken, om zo ons trots herrijzende China weer op de knieën te krijgen. Hele volksstammen in China geloven het.
Ook Ying ziet er wel wat in. Taiwan was haar favoriete plek, maar de manier waarop de Taiwanese samenleving is ingericht zou toch niet werken in het grote China met meer dan een miljard mensen, taxeerde ze, met wat spijt in de stem. Er zou alleen maar ruzie van komen, en uiteindelijk chaos en strijd. Maar Taiwan: heerlijk!
Onder controle
Zie daar het unieke fenomeen dat Taiwan heet: een eiland met ruim 23 miljoen mensen die al decennia bezig zijn met een behoorlijk succesvol democratisch experiment, in een overwegend Chinese cultuur.
Het is een vitale reden waarom Beijing Taiwan wil inpalmen: China’s opperste leider Xi Jinping wil de afvallige provincie, zoals Taiwan er wordt betiteld, simpelweg onder controle krijgen. Zoals De Partij alles wat haar almacht kan bedreigen onder controle wil hebben, van het Chinese leger en maatschappelijke organisaties tot ondernemers, wetenschappers, advocaten, journalisten en de kerk.
De Taiwanezen komen van ver. Amper veertig jaar geleden was Taiwan nog een rechtse dictatuur geleid door de KMT, de Chinese Nationalistische Partij van Chiang Kai-shek, de generalissimo die in 1949 de burgeroorlog tegen Mao verloor. Met Amerikaanse steun week de KMT-legertros – bij elkaar twee miljoen mensen – uit naar Taiwan. Het eiland bleef zo in de jaren van de Koude Oorlog overeind, mede dankzij een economie die goedkope spulletjes maakte.
Toen de Koude Oorlog eenmaal afliep en de VS en China elkaar op economisch gebied wisten te vinden, kwam er in Taiwan ruimte voor liberalisatie en vrije verkiezingen. De conservatieve KMT bleef aanvankelijk nog de dominante partij, maar de oppositie won steeds meer terrein.
Dit heeft ervoor gezorgd dat de Democratische Progressieve Partij – naar Nederlandse politieke verhoudingen vertaald grofweg een mix tussen D66 en GroenLinks-PvdA – inmiddels sinds 2016 onafgebroken aan de macht is. Dit tot schrik van Beijing, dat de DPP verkettert als een gezelschap staatsgevaarlijke separatisten, met leiders die het verdienen om voor altijd achter slot en grendel te verdwijnen.

De Taiwanese president en DPP-leider William Lai
Banvloek
De DPP is aan banvloeken uit Beijing gewend geraakt. De regering incasseerde echter bij de laatste verkiezingen begin 2024 wel een tegenvaller: DPP-voorman William Lai haalde de meeste stemmen voor het presidentschap, maar moet nu werken met een parlement waar de KMT een krappe meerderheid kan claimen, dankzij de steun van een nieuwe derde partij, de populistische TPP.
De KMT-TPP combine weet inmiddels allerlei plannen van de regering te dwarsbomen. Meest opvallende blokkade: de voorstellen om de afschrikking tegen China te verbeteren door de defensie-uitgaven gesspreid over een aantal jaren met bijna veertig miljard euro te verhogen. KMT en TPP vinden een veel kleinere modernisering van de krijgsmacht al ruim voldoende. Dat zou Taiwan tientallen miljarden schelen, die beter kunnen worden besteed aan huisvesting, gezondheidszorg en andere sociale zaken, aldus de nieuwe KMT-voorzitter Cheng Li-wun.
Cheng is een opmerkelijke nieuwe ster aan het Taiwanese firmament. Ze is de eerste vrouw die de vanouds patriarchale KMT aanvoert, en ze is goedgebekt, mediageniek en met 56 jaar relatief jong. Als voormalig student-activiste uit de DPP-kring weet ze hoe ze president Lai en de zijnen kan raken.
Cheng werd najaar 2025 voorzitter van de KMT. In het Amerikaanse vakblad voor buitenlandexperts Foreign Affairs gaf ze begin maart 2026 haar visitekaartje af. “Taiwan hoeft niet te kiezen tussen China en de VS”, betoogt Cheng, die vindt dat er vooral meer dialoog en verbinding met Beijing nodig is. Alleen zo kunnen volgens haar misverstanden voorkomen worden die de vrede in Zuid-Oost Azië kunnen torpederen, en kan een democratische samenleving in Taiwan behouden blijven.
Welke risico’s dat voor Taiwan behelst laat Cheng vooralsnog onvermeld. Ze waagt zich niet aan lessen die kunnen worden getrokken uit de ondergang van democratisch Hongkong, waar Beijing in 1997 beloofde de prille lokale democratie 50 jaar lang te respecteren. Die belofte is inmiddels vakkundig ontmanteld, met als recent dieptepunt de veroordeling van de 78-jarige Apple Daily media-eigenaar Jimmy Lai tot een lange gevangenisstraf wegens “samenspanning met buitenlandse machten en het publiceren van opruiende stukken”.
Relaties
Cheng kijkt erlangs. In Foreign Affairs heeft ze het over het instellen van “meer geïnstitutionaliseerde relaties” met Beijing “die sterk genoeg zijn om enige binnenlandse politieke veranderingen, zoals de resultaten van toekomstige Taiwanese verkiezingen, te doorstaan”. Dat zou moeten geschieden door een “geloofwaardige roadmap waarop Beijing kan vertrouwen als een echt framework voor stabiliteit”. Die roadmap zouden “Washington en de internationale gemeenschap ook kunnen steunen als consistent met hun eigen belangen en waarden”.
Het is van een vaagheid waarmee de KMT alle kanten op kan, en vooral die van Beijing. Cheng heeft al eerder gezegd dat ze zich wel aangesproken voelt door de “grote Chinese familie”, waarmee Xi Jinping sinds enige tijd de Taiwanezen probeert te lokken. Ze doet het daarbij voorkomen alsof de DPP schuldig is aan de opgelopen spanningen met Beijing. Terwijl het juist Xi is die sinds 2016, toen de DPP het roer overnam van de KMT, gelijkwaardig contact weigert met de nieuwe regering in Taipei.
Saillant is ook dat de nieuwe KMT-voorvrouw met geen woord rept over Japan. Bekend is dat de KMT van oudsher weinig warme gevoelens heeft voor Japanners. De DPP-regering van president Lai zoekt juist toenadering tot Tokio, waar de nieuwe premier Sanae Takaichi van de conservatieve LDP haar nek heeft uitgestoken voor hulp bij de verdediging van Taiwan, mocht het ooit tot militaire confrontatie komen.

Oppositieleider van de KMT, Cheng Li-Wun
Vazalstaat
Waarom hier zoveel aandacht voor de nieuwe leider van de Taiwanese oppositie? Omdat, om een vooraanstaande Taiwanese analist aan te halen, de grootste vijand van de Taiwanezen niet in Beijing zit, maar in Taiwan zelf. Want er is een goede kans dat de KMT er bij de volgende verkiezingen in 2028 in slaagt zowel het presidentschap als het parlement te winnen. Dit kan lukken in combine met de TPP, waarmee inmiddels een hechtere samenwerking is bereikt.
De KMT kan bij haar campagne de komende twee jaar rekenen op nauwelijks verhulde steun uit Beijing. China heeft een breed repertoire – van militaire intimidatie en economische carrots and sticks, tot beïnvloeding via sociale media – tot zijn beschikking om Taiwans vele zwevende kiezers ertoe te brengen te kiezen voor de ‘vrede’ die alleen de KMT zegt te kunnen bezorgen, dankzij haar relatie met Beijing.
Na een KMT-overwinning verwacht China Taiwan langzaam maar zeker te kunnen binnenhengelen, via meer en meer economische en sociaal-culturele banden die het eiland steeds afhankelijker zullen maken van de grote buurman. Het is het scenario dat bij uitstek de voorkeur heeft in Beijing: geleidelijke assimilatie, zonder dat er een riskant schot gelost hoeft te worden. Taiwan kan zo tegen 2040 als een veredelde vazalstaat onder controle worden gebracht.
Democratische chips en drones
De DPP werkt aan een andere toekomst: een zelfstandig eiland dat een sterke democratie en een strategische economie overeind kan houden. Daarom trekt de regering-Lai de banden aan met Japan, hoopt men voortzetting van de Amerikaanse steun te kopen door dure chipsfabrieken in de VS te bouwen, en mikt Taipei op meer Europese connecties op ieder denkbaar vlak.
We vragen steun, maar we hebben jullie ook echt wat te bieden, is het devies van de Taiwanese regering. Daarbij gaat het uiteraard om de modernste chips (TSMC zet ook in Duitsland vitale chipsproductie op) maar ook om drones.
De oorlog in Oekraïne heeft de beleidsmakers in Taipei ervan overtuigd dat het snel een grote eigen drone-industrie moet opzetten die niet langer afhankelijk is van Chinese onderdelen. Taiwan heeft een goede fijnmechanische maakindustrie, die daarvoor kan worden ingeschakeld.
De regering-Lai lang trekt nu meer dan een miljard euro uit om een democratische supply chain op te zetten, zodat over een paar jaar ook de EU niet meer in China hoeft te winkelen voor drone-onderdelen. Taiwan leverde in 2025 al vele duizenden non-red drones aan Europa, die vooral voor Oekraïne waren bestemd.
Springen
Cheng Li-wun heeft inmiddels haar eerste bezoek aan Xi Jinping erop zitten. De KMT-voorzitster werd in de eerste helft van april warm onthaald in Peking, waar Xi haar ontving als bijna een staatshoofd en lovend sprak van de familie-gevoelens die China en Taiwan onafscheidelijk zouden maken.
Cheng genoot van de aandacht. Ze markeerde dat Taiwan en China ‘verschillende systemen’ hebben en dat beide kanten ‘naar elkaar toe moeten bewegen’, zonder dit nader uit te werken. Ook sprak de vrouw die over twee jaar de nieuwe president van Taiwan kan worden de hoop uit dat ze ‘op een dag in de toekomst’ de Chinese leider in Taipei zou kunnen ontvangen.
Er zijn in de KMT mensen die hun twijfels hebben over Chengs charmeoffensief. Toenadering mag geen uitverkoop van democratische normen en waarden worden, vinden zij. Het wordt boeiend om te zien hoe dit debat zich ontwikkelt binnen de Taiwense oppositie. Daarbij speelt de TPP – de Taiwan People’s Party met een veel jongere aanhang dan de KMT – een interessante rol. KMT en TPP hebben met het oog op de verkiezingen wel een pact gesloten, maar al eerder flinke ruzie gehad.
Steun
Welke regering er in 2028 ook komt, de Taiwanezen verdienen alle praktisch mogelijke steun uit Nederland en Brussel. Ook – juist – van politici en beleidsmakers uit progressieve, sociaal-democratische kringen, voor wie Taiwan soms nog een ver-van-mijn-bed-theater kan zijn.
Taiwan heeft al jaren een gematigd progressieve regering, en de KMT kan over twee jaar ook weer verliezen. Want de meerderheid van het electoraat staat niet te springen bij de gedachte dat het onder KMT-regie langzaam maar zeker wordt opgeslokt door de partijbazen in Peking. En als Cheng wint verdienen KMT en TPP gedegen kritische aandacht uit Europa bij hun verdere tango met Peking.
Kiezen voor Taiwan betekent niet bang zijn voor Chinese intimidatie – vraag de collega’s uit Litouwen en Tsjechië maar eens hoe ze dat daar doen. En ook: ga regelmatig zelf kijken in Taiwan, bij de leukste Chinezen van de wereld. Laat ze merken dat je hen ziet.
Hans Moleman was van 2004 tot 2012 correspondent in China. Nu reist hij regelmatig naar Taiwan, waarover hij schrijft voor EW Magazine.
P.S. Geen ambassade?
Peking probeert Europese landen al jaren op allerlei manieren onder druk te zetten om Taiwan te isoleren. Zo trachtte het Chinese consulaat in Straatsburg afgelopen februari nog de opvoering van een Taiwanees-Duitse theaterproductie te verhinderen, door achtereenvolgens de theaterdirectie en de burgemeester van Straatsburg te benaderen met de boodschap dat het theater de diplomatieke betrekkingen tussen Frankrijk en China zou schaden.
Het toneelstuk, met de titel Dit is geen ambassade, gaat over de opening van een Taiwanese ambassade. Het schetst de beperkte diplomatieke speelruimte die de regering in Taipei opgedrongen heeft gekregen: Taiwanese ambassades mogen niet als zodanig worden genoemd, door druk van Peking op de gastlanden. Dat komt dichtbij de waarheid: zo heeft ook de Taiwanese vertegenwoordiging in Nederland geen bordje met ‘Ambassade’ op de deur, en wappert er geen Taiwanese vlag bij het statige pand aan de Van Stolkweg in Den Haag.


