Bron: FETHI BELAID / AFP
Straatverkoper start de Revolutie
Een uitzonderlijk en schokkend protest bracht begin 2011 een historische kettingreactie op gang. De Tunesische straatverkoper Mohamed Bouazizi stak zichzelf in brand uit onvrede over zijn uitzichtloze situatie. De zelfverbranding van Bouazizi bracht een historische beweging voort, de Arabische Lente, waarbij verschillende corrupte regimes in het Midden-Oosten en Noord-Afrika geforceerd ten einde kwamen door een reeks vreedzame demonstraties. Ook in Tunesië kwam er een einde aan het 23-jarige bewind van de destijdse president Zine El Abidine Ben Ali. Onder Ben Ali’s bewind kampte Tunesië met een economie waar alleen hij en zijn vertrouwelingen op vooruitgingen, een krappe arbeidsmarkt en de vele mensenrechtschendingen die op zijn naam staan. Kritiek werd hard neergeslagen, waarbij critici van zijn regime werden mishandeld en gevangen genomen. De maat was vol voor Tunesiërs, met de Arabische Lente als gevolg.
Tunesië is de grondlegger van de Revolutie en was er democratisch op vooruitgegaan tot 2021. Er kan gesteld worden dat het land er hedendaags weer sterk op is achteruitgegaan vergeleken met het Ben Ali-tijdperk en al diep de weg is ingeslagen van een autocratie onder bewind van huidig president Kais Saied. Een succesvolle afzetting die na 15 jaar strandde in een buitenspelgezet parlement en vele politieke gevangenen als eindresultaat. Maar welke factoren hebben exact bijgedragen aan het afzakken richting een autocratisch bestuur van Tunesië, 15 jaar na de eerste fakkel van de Arabische Lente?
Schommelende democratische transitie
Na de succesvolle afzetting van de toenmalige dictator Zine El Abdine Ben Ali ontstond er ruimte voor nieuwe politieke vrijheden en het vestigen van een democratische staat, zoals de demonstranten eisten. Destijds was de Revolutie een succes door de vereniging van Tunesiërs over het gehele ideologische spectrum. Deze onderlinge unie verbitterde na de Revolutie door het ontstaan van een machtsvacuüm dat door meerdere politieke elites werd opgeëist om op te vullen. Het politieke landschap werd gekenmerkt door versnippering van rechts naar links.
Het land werd in de daaropvolgende jaren geteisterd door politieke instabiliteit, waaronder de politieke moorden op twee linkse oppositieleiders, Chokri Belaid en Mohamed Brahmi, in 2013, wat het land in totale chaos achterliet. De rust keerde later terug door bemiddeling van het National Dialogue Quartet, een groep bestaande uit meerdere civiele organisaties uit het maatschappelijk middenveld die de dialoog faciliteerde tussen de tegenstrijdige groepen. Met succes ondersteunde ze de opstelling van een nieuwe inclusieve grondwet, waarbij er een semi-presidentieel systeem is aangenomen. In dit systeem focust de president zich op buitenlandse betrekkingen en de nationale veiligheid en houdt de premier zich bezig met het binnenlands beleid en het dagelijks bestuur. Via dit systeem zou door wederzijdse controle potentiële machtsconcentratie van één macht worden uitgesloten. Dit bracht stabiliteit terug in de samenleving, waarna er hoop was op een succesvolle transitieperiode naar een stabiele democratie.
Postrevolutionair Tunesië
Een positieve uitkomst was de bloei van de civil society postrevolutie. De opkomst van honderden nieuwe politieke partijen en het ontstaan van een groot aantal maatschappelijke organisaties die mensenrechten, vrouwenrechten en journalistieke vrijheden stimuleerden. Tunesische burgers namen actief deel in het maatschappelijk veld, waarbij ze zich vrij uitspraken over politieke en maatschappelijke kwesties op de straten en online. Na de inwerkingtreding van de nieuwe grondwet in 2014 was er in de daaropvolgende jaren sprake van vrije en eerlijke verkiezingen waar alle partijen aan mochten deelnemen. Volgens V-Dem, dat wereldwijd data verzamelt over democratieën, wordt Tunesië tussen 2012-2021 positief beoordeeld als electorale democratie.
De eerste scheuren in het vertrouwen van Tunesiërs begonnen zich langzamerhand te nestelen in de jaren na 2011. Politiek werd geassocieerd met een ideologische machtsstrijd, waarbij verdeeldheid de uitkomst was. Het parlement werd dagelijks in het nieuws afgeschilderd als een plek waar partijen hun verschillen onderling uitvochten en coalities moeizaam voortkwamen. Jaren gingen hierdoor voorbij, waarbij de politiek de economie en de arbeidsmarkt links liet liggen, wat het vertrouwen nog dieper schaadde. Zo zakte het bruto binnenlands product in de periode van 2011-2015 naar 1,8% per jaar, tegenover de 4,6% van de jaren ervoor.
Aan deze verkiezingen mochten politieke elite uit het Ben Ali-tijdperk reeds meedoen en plaatsnemen in de politiek. Dit zorgde ervoor dat er geen succesvolle overgangsjustitie kwam, waarbij maatregelen getroffen werden om te bouwen aan een stabiele democratie, als eliten die het in het verleden ondermijnden weer aan de knoppen kunnen zitten. De belangen van deze eliten waren ongewijzigd toen afstammelingen van Ben Ali’s partij, de Democratic Constitutional Rally (DCR), onder een nieuwe partij de verkiezingen in 2014 wonnen en aan de macht kwamen.
De economische en politieke vooruitgang die achterbleef, was merkbaar in het beleid en in de samenleving. De transitie bracht na 2011 niet de volwaardige ontwikkelingen waar Tunesiërs vol hoop op wachten. Dit zette de deur op een kier voor dictator Kais Saied, de huidige president van Tunesië.
Kais Saieds succesvolle poging als alleenheerser
Kais Saied is als onafhankelijk politicus sinds 2019 aangesteld als president. De voormalig hoogleraar rechtsgeleerdheid werd enorm populair om zijn beloftes, waarbij hij integriteit in bestuur en het aanvechten van corruptie hoog in het vaandel heeft zitten. Hij trok met deze boodschap veel jongeren aan en won de verkiezingen met 73%.
In de jaren na zijn aanstelling braken er in het parlement weer hevige discussies uit over ideologie, financiën en zelfs persoonlijke kwesties tussen parlementariërs. Hierdoor was het vormen van een coalitie moeizaam en bleef het gebrek aan een meerderheid om beleid te implementeren uit. Een partijloze president droeg niet veel bij aan het verzoenen en bemoeide zich met binnenlandse zaken, wat de relatie tussen Kaies Saied en toenmalig premier Hichem Mechichi op scherp stelde. Saied gebruikte de groeiende onvrede als een kans en voerde in een tempo van twee jaar een soft coup uit. Waarbij hij in 2021 de parlementaire vergaderingen opschortte voor een maand, premier Mechichi ontsloeg, controle nam over de benoeming van de rechterlijke macht en wetswijzigingen zelf goedkeurde zonder goedkeuring van het parlement.
Parlementariërs probeerden hun macht te herstellen, wat Saied als een bedreiging beschouwde en het parlement officieel schorste op 25 juli 2022 en zowel de uitvoerende als wetgevende macht op zich nam. Hij beargumenteerde dat parlementariërs een coup aan het plannen waren en de nationale veiligheid bedreigden; hier was vervolgens geen concreet bewijs voor. Hij misbruikte hiervoor artikel 80 uit de Grondwet, wat de president de volledige macht verschaft in situaties van nationale nood. Hieruit volgde dat de bekendste oppositieleider Rached Ghannouchi onterecht gevangen werd genomen, maar ook overige politici, rechters, journalisten en burgers kregen zware gevangenisstraffen opgelegd als zij kritiek uitten.
Tunesië verder in verval
Hiermee verviel de civil society waarin burgers nog enige vorm van kritiek konden uiten. Wij spraken met iemand uit het maatschappelijk middenveld in Tunesië, die niet bij naam genoemd wil worden wegens de huidige politieke situatie. Zij beschrijft de huidige situatie: “Er is een achteruitgang geweest in politiek pluralisme, beperkingen op de activiteiten van het maatschappelijk middenveld, en een groeiende druk op oppositiestemmen. Daarnaast is het publieke vertrouwen in verkiezingsprocessen en democratische instituties afgenomen, wat bredere zorgen weerspiegelt over transparantie, verantwoording en participatie in het democratische leven.”
In de recente verkiezingen van 2024 was het vertrouwen in het electorale systeem zichtbaar. Bij deze schijnverkiezingen kregen kandidaten geen kans om te participeren door de opsluiting van kandidaten en de oppositie een paar dagen voor de verkiezingsdag. Met een stemopkomst van 28% won Saied zichzelf met 90,7% een tweede termijn en kon de electorale autocratie officieel uitgeroepen worden.
De economische situatie verbeterde onder Saied niet; de werkloosheid onder jongeren was 39%, waarbij 17% van de bevolking onder de armoedegrens leeft en dat in het westelijke agrarische deel oploopt tot 37%. Hiernaast kampt Tunesië met enorme terugbetaalregelingen van oudere en recente leningen met een hoog rentepercentage. Met een recente lening van het Internationaal Monetair Fonds (IMF) van $ 745 miljoen en de Wereldbank van $ 520 miljoen. Met in totaal een staatsschuld van $ 40 biljoen vertrouwt president Saied op leningen om de economie draaiende te houden, wat de Tunesische valuta verder in vrije val brengt.
Controversiële migratiedeal met de EU
Ook internationaal was het hectisch onder Saieds bewind. Zo sloot de EU een migratiedeal met Tunesië in 2023 om het aantal migranten fors terug te dringen, die vanuit Tunesië de oversteek maken naar Europa. In ruil voor het versterken van haar grensovergang en een strenge aanpak te hanteren richting drugssmokkel deed de EU een financiële investering in het land. Een ruime € 150 miljoen werd toegekend aan de Tunesische staatskas. Na nader onderzoek werd de migratiedeal controversieel verklaard om verschillende redenen. Zo is er gebleken dat er sprake is van mensenrechtenschendingen. Zo hebben autoriteiten migranten veelvuldig mishandeld, onterecht vastgezet en vele zijn achtergelaten nabij de Libische grens in de Sahara. Verder is de EU ter verantwoording geroepen door de toekenning van enorme bedragen aan een welbekende dictator en er geen tot weinig toezicht of transparantie in hoe het geld is gespendeerd. Dit bracht de EU in verlegenheid door geld toe te kennen en in zee te gaan met een dictator om de eigen belangen te dienen.
Een democratische teleurstelling
Tunesië heeft zich na de Arabische Lente kort zien transformeren naar een wankele democratie die niet standhield. Na jaren van politieke instabiliteit en economische stagnatie lukte het de democratisch gekozen Kais Saied om op democratische wijze de macht volledig naar zich toe te trekken. Hierbij kwam er een einde aan de civil society en een scheiding der machten, wat het vertrouwen van Tunesiërs in de staat verder schaadde. De bijdrage van de EU, die in plaats van Saieds dictatuurregime te veroordelen, de eigen belangen eerst dient door zijn corrupte presidentschap in stand te houden met miljoeneninvesteringen, is controversieel. Tunesië is sinds de Arabische Lente elke dag steeds verder verwijderd van de droom een stabiele democratie in vervulling te brengen door figuren zoals Kais Saied.



