Afbeelding: Flickr
Elk jaar, wanneer de olijven rijpen en Palestijnse families zich voorbereiden op de oogst, zou de Westelijke Jordaanoever een periode van economische groei, sociale samenhang en voorzichtig optimisme moeten kennen. De olijvenoogst is traditioneel meer dan een agrarisch moment: zij staat symbool voor continuïteit en de band tussen gemeenschap en land. In plaats daarvan is de oogst in toenemende mate uitgegroeid tot een jaarlijks terugkerend moment van angst, intimidatie en geweld. Wat ooit een periode van gezamenlijke arbeid en overdracht tussen generaties was, is nu een tijd waarin Palestijnse boeren rekening moeten houden met aanvallen, vernieling en de realiteit dat zij hun eigen land niet veilig kunnen betreden.
De afgelopen jaren is deze ontwikkeling niet incidenteel geweest, maar structureel. Recente rapporten van de Verenigde Naties laten zien dat het oogstseizoen van 2025 tot de meest gewelddadige in ten minste 20 jaar behoort, met alleen al 260 aanvallen in oktober, het hoogste aantal wat ooit in 1 maand is gemeten. Palestijnse boeren werden aangevallen tijdens het plukken, internationale en lokale vrijwilligers geïntimideerd en duizenden olijfbomen werden ontworteld of in brand gestoken. In meerdere dorpen durven families hun velden slechts te betreden onder begeleiding van internationale waarnemers, en soms zelfs dan niet. Welke factoren hebben deze groei veroorzaakt, en waarom bereikt het nu een hoogtepunt?
Wetgeving die kolonisten vooruithelpt
In het afgelopen jaar heeft de Israelische overheid een reeks beleids- en wetgevende stappen gezet die de machtsverhoudingen in de Westelijke Jordaanoever verder institutionaliseren. Een centrale ontwikkeling was de voortgang van wetgeving die het voor kolonisten gemakkelijker maakt om land te verwerven in het gebied. De voorgestelde wetgeving bevat twee kernbepalingen: ten eerste de intrekking van een bestaande Jordaanse wet die Palestijns landbezit beschermt, en ten tweede de expliciete vaststelling dat “ieder individu eigendomsrechten mag verkrijgen in Judea en Samaria”, de Israëlische benaming voor de bezette Westelijke Jordaanoever.
Onder het frame van het opheffen van vermeende “discriminatie” worden bestaande beperkingen op landaankoop versoepeld, waardoor Palestijns grondbezit juridisch verder wordt uitgehold. In een regio waar eigendomsrechten al decennialang ongelijk worden toegepast en structureel worden aangevochten, hebben dergelijke maatregelen gevolgen die veel verder reiken dan hun formele juridische formulering. Het uithollen van de juridische bescherming van Palestijns land verlaagt de drempel voor opzetting van Israëlische nederzettingen en staatsprojecten. Voor Palestijnen betekent dit een structureel verlies aan zeggenschap over hun grond, met directe gevolgen: landbouwgrond verdwijnt, bouwen en investeren wordt onmogelijk, en hele families raken hun bestaansbasis kwijt. Zoals Mousa Shabaneh, 52, uit Sinjil het verwoordt: “Uiteindelijk hebben ze ons ons inkomen ontnomen. Sinjil is nu een grote gevangenis,” verwijzend naar de hekken die zijn geplaatst om de nederzettingen te beschermen.
Het hoogste aantal nieuwe nederzettingen sinds de Oslo-Akkoorden
Daarbovenop kwam het besluit om eerder dit jaar 22 nieuwe nederzettingen goed te keuren, het hoogste aantal sinds het tekenen van de Oslo-akkoorden. Eerder deze maand waren er nog eens 19 nederzettingen gelegaliseerd. Beide bestonden uit meerdere outposts, een kleine, informeel gebouwde Israëlische nederzetting in de Westelijke Jordaanoever, meestal bestaande uit enkele caravans of barakken. Deze buitenposten worden door Israëlische kolonisten zonder officiële toestemming van de overheid opgericht en zijn daarmee illegaal volgens Internationaal en Israëlisch recht. De nederzettingen blijven illegaal volgens internationaal recht, zelfs na erkenning van de Israëlische staat.
Door deze outposts te legaliseren, krijgen zij toegang tot infrastructuur, veiligheidsbescherming en administratieve ondersteuning. Daarmee verandert niet alleen hun juridische status, maar ook de feitelijke situatie op de grond. Voor omliggende Palestijnse dorpen betekent dit een verdere beperking van bewegingsvrijheid, wegen worden afgesloten, toegang tot landbouwgrond wordt geblokkeerd en checkpoints of vergunningensystemen bemoeilijken het bereiken van hun eigen land. Dit zorgt voor een toename van dagelijkse frictie en een grotere kans op confrontatie, met name tijdens perioden waarin land intensief wordt gebruikt, zoals de olijvenoogst.
Normalisering van geweld
Sinds oktober 2023 is de politieke en maatschappelijke context waarin dit geweld plaatsvindt ingrijpend veranderd. De genocide in Gaza heeft niet alleen geleid tot grootschalig geweld daar, maar ook tot een bredere verharding van het veiligheidsdiscours binnen Israël en de bezette gebieden. Palestijnen worden steeds vaker collectief benaderd als potentiële dreiging, een framing die diep doorwerkt in beleid, publieke taal en handhaving. In de Westelijke Jordaanoever vertaalt deze verschuiving zich naar een combinatie van intensievere militaire operaties en een sociale en politieke sfeer waarin geweld tegen Palestijnen minder uitzonderlijk lijkt en minder consequent wordt ontmoedigd.
Deze normalisering werd in 2025 nog meer zichtbaar toen bekend werd dat de Israëlische politie een rabbijn uit de extreemrechtse nederzettingsbeweging onderzocht wegens het aanzetten tot aanvallen op Palestijnen, in verband gebracht met geweld tegen het Palestijnse dorp Bruqin. Het ging niet om verborgen communicatie, maar om openlijke uitingen die direct in verband werden gebracht met concrete geweldsincidenten. Uit het onderzoek bleek namelijk dat hij het geweld tegen Palestijnen opriep en ondersteunde via sociale media. Dat een dergelijk onderzoek noodzakelijk werd geacht, benadrukt hoe ver de grenzen van het maatschappelijk en politiek aanvaardbare zijn opgeschoven. Tegelijkertijd daalt het geloof in de effectiviteit van de handhaving steeds meer. Juist omdat de extremistische retoriek steeds vaker wordt aangemoedigd door politieke machten en de Israëlische samenleving.
De oogst als breekpunt
De olijvenoogst fungeert in dit geheel als een meetmoment waarop deze structuren zichtbaar worden. Het is juist tijdens deze periode dat de afhankelijkheid van land, de kwetsbaarheid van Palestijnse boeren en de asymmetrie in bescherming en rechten samenkomen. Dat deze confrontaties jaar na jaar terugkeren, wijst op een systemische problematiek die niet kan worden opgelost door tijdelijke veiligheidsmaatregelen of incidentele veroordelingen.
Aan het einde van 2025 dringt zich dan ook een onontkoombare vraag op: wat betekent het voortzetten van deze koers voor de komende jaren? De signalen wijzen niet op stabilisatie of de-escalatie. Integendeel, de institutionele verankering van nederzettingen, de verdere juridisering van uitsluiting en de normalisering van extremistische taal wijzen op een traject waarin escalatie steeds waarschijnlijker wordt en geweld steeds minder als uitzondering wordt gezien.
Dit jaar zal daarom niet worden herinnerd als een afwijking, maar als een moment waarop bestaande trends zich verder verdiepten en verhardden. De oogst van 2025 bevestigde wat steeds moeilijker te negeren valt: dat de ruimte voor Palestijns leven, werk en veiligheid in de Westelijke Jordaanoever systematisch wordt ingeperkt. Niet door één enkele gebeurtenis, maar door een opeenstapeling van beleidskeuzes, wetgeving en maatschappelijke veranderingen die samen een harde en onvermijdelijke realiteit vormen.



