Source: Macondo
De afgelopen weken zijn mensen over de hele wereld de straat op gegaan om te protesteren voor de rechten en autonomie van de Koerdische bevolking in het noordoosten van Syrië, bekend als Rojava. In steden als Londen, Berlijn en Amsterdam vulden betogers pleinen en straten om internationalen op te roepen de groeiende druk van het Syrische regime te stoppen en de autonomie niet te laten verdwijnen. Maar wat speelt er precies in Rojava en waarom zijn de spanningen tussen de Koerden en de Syrische staat de afgelopen weken opnieuw opgelaaid?
Een wankel staakt-het-vuren
Na een offensief in januari en een wankel staakt‑het‑vuren leek er begin 2026 een opening voor pacificatie in het noordoosten van Syrië. Op 30 januari werd er een akkoord gesloten dat moet leiden tot een permanente wapenstilstand en integratie van de Koerdische veiligheidstroepen en lokale bestuurseenheden in de nationale staatsstructuren. Op papier klinkt dat als stabilisatie, maar in de praktijk maakt het akkoord pijnlijk duidelijk waar de breuklijn werkelijk loopt.
Aan de ene kant staat het interim‑gezag in Damascus onder president Ahmed al‑Sharaa, dat de staat wil hercentraliseren: één leger, één veiligheidsapparaat en één hiërarchie voor wetgeving en bestuur. Damascus eist dat de Koerdisch-geleide Syrian Democratic Forces (SDF), die de facto militaire controle over Rojava hebben, samen met de regionale administraties volledig worden opgenomen in de staatsinstituties. Dit is een klassieke strategie van staatsopbouw na jaren van burgeroorlog.
Aan de andere kant staat het Rojava‑project, formeel de Autonome Administratie Noord en Oost Syrië (AANES), met een politiek model dat juist inzet op decentralisatie en lokaal bestuur. Hun zogeheten Social Contract legt nadruk op meertaligheid, gendergelijkheid, lokale raden en communes, en een democratische filosofie die afwijkt van het territoriale model van Damascus.
Twee visies op eenheid en democratie
Voor Damascus betekent nationale eenheid in de eerste plaats institutionele uniformiteit en soeverein gezag vanuit de hoofdstad. Autonomie kan bestaan, maar alleen binnen strikte kaders die ondergeschikt zijn aan de centrale staat. Voor de Koerdische beweging in Rojava gaat autonomie juist over een alternatieve democratische architectuur: legitimiteit wordt van onderop opgebouwd via lokale raden, communes en confederale structuren. Deze ideologische kern van Rojava is sterk beïnvloed door het gedachtegoed van Abdullah Öcalan, die “democratic confederalism” beschrijft als een model waarin de samenleving zich van onderop organiseert, met nadruk op directe participatie, feminisme en zelfbestuur.
Deze tegenstellingen tussen Damascus en Rojava zijn niet alleen abstracte ideologische verschillen maar raken concrete belangen: wie bepaalt over olie‑inkomsten, wie bestuurt de grenzen, welke veiligheidsketens bestaan er, en hoe wordt wetgeving gemaakt in een verenigd Syrië?
Identiteit, burgerschap en de plaats van minderheden
Een tweede bron van frictie is identiteitspolitiek en burgerschap. Het bestuur in Rojava is nadrukkelijk multi-etnisch en meertalig: Koerdisch, Arabisch en Syrisch/Aramees zijn officiële talen, en culturele rechten worden gezien als kern van het politieke project. Omdat deze rechten kwetsbaar zijn in een context waarin de centrale overheid ze niet vanzelf erkent, gebruikt Rojava hun bescherming ook als politiek instrument in onderhandelingen met Damascus.
Maar er is ook een schaduwzijde: in sommige Arabische gebieden bestaat wrevel tegen het SDF-bestuur. Bewoners klagen over discriminatie, detentiepraktijken en slecht beheer van lokale middelen. Die lokale onvrede maakt duidelijk dat het conflict niet alleen een ideologische discussie is over wat rechtvaardig is, maar ook een strijd over welk bestuur daadwerkelijk geloofwaardig en effectief kan zijn.
Veiligheidsuitdagingen: de erfenis van IS
De druk om één uniforme veiligheidsstructuur te creëren is hoog, mede door de erfenis van de strijd tegen de Islamitische Staat. Detentiekampen en gevangenissen in het noordoosten waren jarenlang een belangrijk argument voor internationale steun aan de SDF en hun bijzondere status. De recente chaos rond gevangenissen en uitbraken tijdens gevechten, waarbij honderden gevangenen tijdelijk ontsnapten en veiligheidsdiensten tijdelijk de controle verloren, laat zien hoe explosief deze kwestie blijft. Tegelijk kondigde Damascus plannen aan om kampen zoals al-Hol en Roj te sluiten, waarmee het het staatsverhaal van “herstel van orde en normaliteit” versterkt.
Voor Rojava ligt hier juist de ideologische kern van het conflict: hun autonome veiligheidsstructuren zijn niet alleen een verdedigingsmiddel, maar een fundamenteel onderdeel van hun politieke model. Een volledige opname in een nationaal veiligheidsapparaat zou in de praktijk het confederale systeem van zelfbestuur grotendeels ontmantelen. Volgens de International Crisis Group biedt het akkoord van 30 januari wel een route naar de-escalatie, maar blijven de belangrijkste problemen bestaan: onduidelijke commandostructuren, lokale bevoegdheden en diepgeworteld wantrouwen verdwijnen niet zomaar met een handtekening.
De rol van Turkije, de VS en Rusland
De botsing wordt versterkt door de rol van buitenlandse spelers. Zo verzet Turkije zich fel tegen elke vorm van Koerdische autonomie dicht bij de grens, omdat het de Koerdische strijdbeweging in eigen land als een veiligheidsdreiging ziet. Ankara heeft herhaaldelijk gedreigd met militaire acties tegen de YPG, de belangrijkste strijdmacht van de SDF, en oefent druk uit op Damascus om de Koerdische zelfbestuurstructuren te beperken.
Ook de Verenigde Staten blijven een belangrijke factor door hun samenwerking met de SDF tijdens de strijd tegen IS. Washington gebruikt deze banden om stabiliteit en veiligheid in het noordoosten te ondersteunen, maar hun betrokkenheid is selectief en afhankelijk van bredere strategische prioriteiten in de regio. Rusland daarentegen zoekt vooral zijn positie te versterken in het heropgebouwde Syrië. Door zich te positioneren als bemiddelaar tussen Damascus en Rojava, en door afspraken te maken over militaire bases en invloed in de regio, probeert Moskou zijn strategische greep te consolideren. Tegelijkertijd biedt deze bemiddelingsrol Damascus extra gewicht in onderhandelingen, waardoor Rojava onder druk komt te staan om concessies te doen.
Hoe ziet de toekomst van Syrië eruit?
Wat er nu in Rojava en breder in Syrië op het spel staat, is een keuze tussen twee beelden van een toekomstige staat: een gecentraliseerde natiestaat met uniforme instellingen, of een gedecentraliseerde republiek waarin lokale self‑governance en pluralisme centraal staan. Het akkoord van eind januari kan het geweld mogelijk verminderen, maar zolang de term “integratie” voor Damascus in de praktijk voornamelijk absorptie betekent, en voor Rojava vooral het einde van hun politieke project, blijft de overeenkomst oppervlakkig en zijn nieuwe spanningen onvermijdelijk.


